U bevindt zich op: Home Over NHS Gebruik van restantbloed

Gebruik van restantbloed

Informatie over het bewaren en gebruik van restantbloed na uitvoering van de hielprikscreening.

Na uitvoering van de hielprik wordt het restantbloed altijd nog een jaar bewaard voor de kwaliteitsbewaking in het betreffende screeningslaboratorium. Mits ouders geen bezwaar hebben aangetekend anonimiseert het referentielaboratorium (RIVM-IDS) de hielprikkaarten na dat jaar en bewaart ze voor nog een periode van vier jaar voor kwaliteitsborging, eventuele aanvullende diagnostiek en wetenschappelijk onderzoek. Na deze bewaartermijn worden de hielprikkaarten geanonimiseerd.

Ten behoeve van het kind zelf

Het kan voorkomen dat ouders om verschillende (medische) redenen (een deel) van het restant van het hielprikmateriaal opvragen.

Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek op geanonimiseerd niveau

Bij de uitvoering van de hielprik wordt aan ouders gevraagd of zij bezwaar hebben tegen het gebruik van restantbloed voor anoniem wetenschappelijk onderzoek. Als bezwaar is gemaakt, dan mag het restantbloed niet worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Aanvragen voor gebruik van geanonimiseerd restantbloed worden beoordeeld door de werkgroep Onderzoek van de NHS (WONHS) aan de hand van vooraf aan de onderzoeker bekend gemaakte criteria.

Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek op persoonsniveau

Als de ouder(s) geen bezwaar heeft/hebben gemaakt tegen het gebruik van het restantbloed voor wetenschappelijk onderzoek en de onderzoeker wil gegevens op kindniveau gebruiken, dan moet de onderzoeker hiervoor via het RIVM-DVP altijd eerst toestemming vragen aan de ouders. Onderzoekers zien dus nooit de kindgegevens als ouders daar geen toestemming voor hebben gegeven.

naar boven

Zoeken:

Service