U bevindt zich op: Home Over NHS Wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving

Meer informatie over de wet-en regelgeving met betrekking tot de neonatale hielprikscreening.

Wet- en regelgeving

Alle voor de gezondheidszorg geldende wetten zoals de WGBO, de Wet BIG en de WBP zijn van toepassing op de neonatale hielprikscreening. De neonatale hielprikscreening is geen vergunningsplichtig onderzoek in de zin van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO).

De hielprik is conform de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) een voorbehouden handeling. Dit zijn medische handelingen die onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid van een patiënt met zich meebrengen als ze door een ondeskundige worden uitgevoerd. Wie deze handelingen mogen uitvoeren, staat in de wet. De wet maakt onderscheid tussen zorgverleners die zelfstandig bevoegd zijn en zorgverleners die niet zelfstandig bevoegd zijn om voorbehouden handelingen uit te voeren. De wet geeft per voorbehouden handeling aan welke zorgverleners zelfstandig bevoegd zijn. De zorgverlener die zelfstandig bevoegd is, beslist of hij de voorbehouden handeling zelf uitvoert of opdraagt aan een andere zorgverlener. Niet zelfstandig bevoegde zorgverleners kunnen onder voorwaarden in opdracht van een zorgverlener die wel zelfstandig bevoegd is voorbehouden handelingen uitvoeren. De belangrijkste voorwaarde is dat de opdrachtnemer bekwaam is om de voorbehouden handeling uit te voeren.

De hielprikscreening wordt uitgevoerd onder regionale verantwoordelijkheid van het RIVM-DVP.

De medisch adviseur van het RIVM-DVP geeft de opdracht voor het uitvoeren van de hielprik aan een JGZ-organisatie. In de overeenkomst die tussen het RIVM-DVP en een JGZ-organisatie is afgesloten is opgenomen dat de JGZ-organisatie de hielprik alleen door een daartoe geautoriseerde screener laat uitvoeren.

Zie voor de overige relevante wet- en regelgeving het beleidskader pre- en neonatale screeningen.

naar boven

Zoeken:

Service