U bevindt zich op: Home Proces Landelijke kwaliteitseisen

Landelijke kwaliteitseisen

De eisen ten behoeve van de kwaliteit in de keten voor de uitvoering van de neonatale hielprikscreening.

De juridische eisen voor 'Privacy en registratie van gegevens' maken onderdeel uit van de landelijke kwaliteitseisen.

Landelijke kwaliteitseisen

De uitwerking van kwaliteitseisen is nog volop in ontwikkeling. De vastgestelde indicatorenset maakt onderdeel uit van de landelijke kwaliteitseisen in het programma.

Het uitgangspunt voor de uitvoering van het screeningsprogramma is dat de ketenpartners handelen volgens de afspraken zoals beschreven in dit draaiboek.

De ketenpartners kennen binnen hun eigen organisaties een systeem van kwaliteitsborging conform de wettelijke voorschriften.

Overzicht van de afzonderlijke ketenpartners:

 

Verloskundig zorgverlener

  • Het tijdens het eerste consult overhandigen van de folder 'Zwanger!' aan de zwangere waarin beperkte informatie over de hielprikscreening wordt gegeven. Het juist en volledig informeren van de ouders tijdens het consult bij een zwangerschapsduur van 36 - 42 weken conform de checklist "Voorlichtingsgesprek verloskundig zorgverleners".
  • Handelen conform de landelijke standaarden en richtlijnen van de betreffende beroepsorganisatie KNOV, NVOG, VVAH, NHG.

naar boven

Screener

Als de screener de neonatale gehoorscreening uitvoert, moet zij ook voldoen aan de kwaliteitseisen van de OAE-screener zoals die zijn opgenomen in het draaiboek neonatale gehoorscreening.

Er worden eisen aan de (voor)opleiding en (bij)scholing van screeners gesteld om te borgen dat zij in staat zijn om, na het volgen van de specifieke training voor NHS-screener, de screening kwalitatief goed te kunnen uitvoeren en om ouders adequaat te kunnen informeren en hun vragen op passende wijze te kunnen beantwoorden.

Eisen rond opleiding en (bij)scholing

  • Onder "Scholing en registratie" staat beschreven welke vooropleidingseisen gelden voor screeners.
  • De screener heeft aantoonbaar een inwerkprogramma met goed gevolg afgerond.
  • De screener is in het bezit van een geldige bekwaamheidsverklaring.
  • De screener is aantoonbaar op de hoogte van relevante ontwikkelingen met betrekking tot de hielprikscreening en het draaiboek neonatale hielprikscreening van het RIVM, voor zover relevant voor de uitvoering van de taken.
  • De screener neemt aantoonbaar deel aan de deskundigheidsbevorderende activiteiten, gericht op de hielprikscreening. Een e-learning voor screeners is beschikbaar op www.rivm.nl/hielprik/bijscholing.
  • De screener heeft aantoonbaar de e-learning doorlopen.
  • De screener neemt deel aan supervisie of intervisie als die wordt aangeboden.

Eisen rond praktijkuitoefening

  • De screener kan de hielprik uitvoeren, volgens geldende landelijke standaarden, protocollen en werkinstructies. Zie ook onder "Uitvoering van de hielprik" en de instructiefilm voor screeners 
  • De screener zorgt (binnen een ontvangen planning) voor een tijdige uitvoering van de hielprik. Zie ook onder 'Screeners' > 'Opdracht en planning'.
  • De screener is op de hoogte van de inhoud van de twee folders die de ouders hebben gekregen.
  • De screener zorgt voor duidelijke en volledige informatie aan de ouder(s) met gebruikmaking van de landelijk ontwikkelde voorlichtingsmaterialen.
  • De screener zorgt voor een duidelijke en volledige invulling van de hielprikkaart.
  • Van de screener worden niet meer dan één procent van de hielprikkaarten geretourneerd om reden dat ze onvolledig zijn ingevuld.
  • De screener zorgt ervoor dat de hielprikkaarten op de dag dat de hielprik is uitgevoerd voor de laatste buslichting van die dag in de brievenbus van PostNL zijn gedaan.

Eisen rond competenties

  • De screener moet binnen de protocollen, richtlijnen en werkinstructies zelfstandig kunnen werken.
  • De screener moet zich bewust zijn van haar grenzen van kennis en kunde en moet weten wanneer hij of zij moet terugvallen op anderen.
  • De screener moet over voldoende sociale en communicatieve vaardigheden beschikken.
  • De screener moet zich mondeling en schriftelijk goed kunnen uiten en goed en duidelijk informatie kunnen overdragen en de ouders adviseren.
  • De screener moet oplettend zijn en risico’s kunnen signaleren.
  • De screener moet nauwkeurig zijn en oog voor detail hebben.
  • De screener moet goed kunnen organiseren en gestructureerd kunnen werken.
  • De screener moet vaardigheden hebben op het gebied van timemanagement.
  • De screener moet flexibel zijn.

    naar boven

Screeningslaboratorium

  • Het laboratorium voert het totale analyseprogramma ten behoeve van de neonatale hielprikscreening zelf uit en besteedt geen onderdelen aan derden uit.
  • Het laboratorium moet onder leiding staan van een geregistreerd klinisch chemicus/ klinisch biochemisch geneticus/ arts klinische chemie of een persoon die door zijn of haar expertise op het gebied van de neonatale hielprikscreening boven iedere twijfel verheven is.
  • Het laboratorium volgt aanwijzingen op van het RIVM. De aanwijzingen hebben in ieder geval betrekking op methodieken, apparatuur, minimum aantal monsters, maximum doorlooptijd, kwaliteitsrondes, ICT-ontwikkelingen en logistiek. Daarnaast kan het RIVM andere aanwijzingen geven in
    het kader van de kwaliteitsborging van de hielprikscreening.
  • Het laboratorium handelt conform de richtlijn SOP IDS/PNB P015 (neonatale screening; richtlijn voor de screeningslaboratoria).
  • Het laboratorium beschikt over een kwaliteitssysteem volgens de norm ISO 15189 of CCKL praktijkrichtlijn en is in het bezit van een door de Raad voor de Accreditatie uitgegeven geldige accreditatie.
  • Het laboratorium handelt conform de notitie afkapgrenzen/ beslissingscriteria neonatale screening.
  • Het laboratorium levert aan het RIVM productie- en kwaliteitsparameters met periodieke rapportage daarvan. Deze rapportages worden in het driemaandelijks afstemmingsoverleg tussen de screeningslaboratoria en het RIVM onder leiding van het hoofd van het referentielaboratorium besproken. Indien nodig zal een actieplan worden opgesteld om de geconstateerde afwijkingen in overeenstemming te brengen met de vastgestelde afkapgrenzen/ beslissingscriteria neonatale screening.
  • Het laboratorium levert een inspanningsverplichting voor gezamenlijk innovatief onderzoek (en daarmee samenhangende publicaties).

    naar boven

Medisch adviseur

De medisch adviseurs van het RIVM-DVP dienen ten behoeve van hun werkzaamheden in de neonatale hielprikscreening te voldoen aan de volgende kwaliteitseisen (op basis van RIVM organieke functiebeschrijving van medisch adviseur):

Eisen rond kennis, opleiding en vaardigheden

  • Medisch technische kennis van (de ontwikkeling van) de hielprikscreening.
  • Artsdiploma met de vervolgspecialisatie maatschappij en gezondheid of een vergelijkbare specialisatie.
  • Is bevoegd tot medisch handelen (wet BIG).
  • Is bevoegd tot opdrachtverlening van medisch voorbehouden handelingen.
  • Tijdige herregistratie in het register sociale geneeskunde, arts maatschappij en gezondheid.
  • Ervaring met kwaliteitsbewaking en bevordering ondermeer GMP (Good Manufacturing Practice).
  • Kennis van de organisatorische regionale, landelijke en internationale uitvoering.
  • Actuele kennis van relevante wet- en regelgeving.
  • Actuele kennis van uitvoeringsrichtlijnen.

Eisen rond de praktijkuitvoering

  • De medisch adviseur handelt conform geldende landelijke standaarden en protocollen. Zie onder andere onder 'verwijstermijnen', 'afkapgrenzen' en de relevante 'richtlijnen en standaarden'.
  • Intepretatie van de testuitslagen vindt zo snel als mogelijk plaats nadat deze vanuit het screenings- laboratorium zijn ontvangen en conform de vastgestelde landelijke interpretatieregels.
  • Verwijzing vindt plaats binnen de landelijk vastgestelde verwijstermijnen.
  • Informatieverstrekking aan huisarts en ouder vindt plaats binnen landelijk vastgestelde termijnen en met actueel voorlichtingsmateriaal.
  • Verricht medisch toezicht door medisch ondersteuning en sturing aan uitvoerende partijen en RIVM-DVP medewerkers.
  • Fungeert als medisch-inhoudelijk contactpersoon voor huisartsen, (gespecialiseerde) kinderartsen, JGZ-organisaties, ziekenhuizen en screeningslaboratoria.
  • De medisch adviseur belegt minimaal jaarlijks, of indien daartoe aanleiding is vaker, overleg met de uitvoerende organisaties in de regio.

Eisen rond competenties

  • Sterke communicatieve vaardigheden met het oog op beargumenteren, beïnvloeden en het ontwikkelen en onderhouden van een netwerk.
  • Vaardigheden in het schrijven van adviezen, protocollen en onderwijsprogramma’s.

    naar boven

Huisarts

  • Handelen conform landelijk geldende standaarden en de richtlijnen van het NHG.
  • Handelen conform de landelijke protocollen hielprikscreening, zoals verwijstermijnen en checklisten.

    naar boven

JGZ-organisatie

De JGZ-organisaties richten zich bij de uitvoering van hun kerntaken in het neonatale hielprikprogramma op de volgende kwaliteitseisen;

  • De uitvoerder heeft een geldig kwaliteitscertificaat HKZ/ISO of equivalent.
  • Het uitvoeren van de neontale hielprikscreening in de regio conform de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen RIVM-DVP en JGZ-organisatie.
  • Het plannen van de hielprikscreeningen volgens de landelijke standaard over tijdigheid.
  • Het beschikbaar stellen van een inwerkprogramma aan nieuwe screeners met minimaal de volgende onderdelen:
    - Kennis van de landelijke screeningsorganisatie
    - Kennis van geldende draaiboeken, protocollen en richtlijnen
    - Kennis van relevante voorlichtingsmaterialen
    - Minimaal 5 keer de uitvoering van een hielprik observeren
    - Minimaal 5 keer onder begeleiding een hielprik uitvoeren
    - Minimaal 5 keer zelfstandig een hielprik uitvoeren
    - Een toetsing van de communicatie vaardigheden
  • Het toetsen van de bekwaamheden van de screeners, tenminste éénmaal per 3 jaar (of zo nodig eerder).
  • Het bijhouden of de screener de e-learning voor hielprikscreeners heeft doorlopen.
  • Het beschikbaar stellen van deskundigheidsbevorderende activiteiten gericht op de hielprikscreening.
  • Het verplichten van screeners om in ieder geval jaarlijks deel te nemen aan de door RIVM-DVP aangeboden scholing- en deskundigheidsbijeenkomsten indien relevant.
  • Het beschikbaar stellen van mogelijkheden tot intervisie, danwel supervisie van de screeners.
  • Het aan de screeners beschikbaar stellen van materiaal om de hielprik uit te kunnen voeren.
  • Het beschikbaar stellen van landelijk ontwikkeld voorlichtings- en informatiemateriaal.
  • In de opleiding en (bij)scholing van de screeners zoveel mogelijk aandacht besteden aan de vereiste competenties van screeners.
  • Het registreren van de opdracht van het RIVM-DVP om de hielprikscreening uit te voeren, de NAW gegevens van het kind en het hielpriksetnummer.
  • Het zorgen voor inzicht in het (kwaliteits)jaarverslag indien aanwezig bijvoorbeeld door publicatie op het internet.
  • Het registreren van mogelijke klachten over de uitvoering en deze klachten bespreken in het jaarlijks overleg met het RIVM-DVP.

    naar boven

Ziekenhuizen

  • Verrichten de uitvoering van de screening conform de genoemde kwaliteitseisen voor de uitvoering van de hielprik en zonodig afgestemd op het logisitieke proces in het ziekenhuis. 
  • Kwaliteitseisen voor de uitvoering van de hielprik gericht op het logistieke proces in de ziekenhuizen zijn in ontwikkeling.

    naar boven

RIVM-DVP

  • Het uitvoeren van de neonatale hielprikscreening in de regio conform de inhoud van de dienst- verleningsovereenkomst neonatale hielprikscreening tussen RIVM-CvB en RIVM-DVP. 
  • Het RIVM-DVP rapporteert minimaal twee keer per jaar aan de verschillende JGZ-organisaties hoe zij hebben gepresteerd en vermeld daarbij in ieder geval:
  1. Het aantal uitgevoerde hielprikken. 
  2. De termijnen waarbinnen de hielprikken zijn uitgevoerd. 
  3. De aantallen hielpriksets onvoldoende gevuld met bloed.

naar boven

(Gespecialiseerde)  kinderarts

  • Handelen conform landelijk geldende standaarden en richtlijnen van de NVK.

    naar boven

Afdeling klinische genetica

  • Handelen conform landelijke geldende standaarden en richtlijnen van de VKGN.

    naar boven

Zoeken:

Service