U bevindt zich op: Home Rol ketenpartners RIVM-DVP Regionale uitvoeringstaken

Regionale uitvoeringstaken

Informatie over de rol van RIVM-DVP bij de regionale uitvoeringstaken bij de hielprikscreening.

De regionale uitvoeringstaken van RIVM-DVP bestaan uit:

Van geboortemutaties naar opdrachtverlening

  • Het RIVM-DVP ontvangt op werkdagen geboorteopgaven via de BRP of door middel van een administratief geboortebericht van verloskundigen. Deze geboorteopgaven stuurt het RIVM-DVP om 8.30 uur vanuit praeventis door naar de JGZ-organisatie en geeft daarbij de opdracht tot het uitvoeren van de hielprik.
    Welke kinderen in aanmerking komen voor de hielprik, staat vermeld in de landelijke afspraken over deelname aan screening.

Kinderen tot de leeftijd van 6 maanden krijgen de hielprik aangeboden. Zie onder het tabblad 'proces' voor meer informatie over screening bij kinderen uit het buitenland en bij oudere kinderen.

naar boven

Van testuitslagen naar vervolgacties

Het RIVM-DVP ontvangt dagelijks:

  1. de scans van de hielprikset;
  2. de uitslagen van de screeningslaboratoria vanuit NEONAT in Praeventis.
  • Het RIVM-DVP interpreteert de uitslagen en onderneemt de noodzakelijke vervolgactie.

Zie ook de taken van medische adviseurs.

  • Het RIVM-DVP belt eventuele ontbrekende gegevens (bijvoorbeeld over (eindtijdstip) bloed(wissel)transfusie) na bij de screeningsorganisatie en koppelt deze terug naar het screeningslaboratorium.
  • Het RIVM-DVP rappelleert de uitvoerende instelling bij het ontbreken van een hielprikuitslag.

Het RIVM-DVP krijgt van het screeningslaboratorium de uitslagen of verrichtingen door die aanleiding geven tot verwijzing of spoedige vervolgacties. Dat geldt ook voor verzoeken tot een herhaalde eerste hielprik of een tweede hielprik. Zie onder het tabblad 'Proces' voor een beschrijving van de volledige procedure van de uitslag.

Bij bloed(wissel)transfusie, let op:

  1. Wanneer een hielprik heeft plaatsgevonden binnen 24 uur na het einde van een bloedtransfusie dan zal het RIVM-DVP een opdracht aanmaken voor een herhaalde eerste hielprik (zowel een herhaalde eerste hielprik na 24 uur na bloedtransfusie als een herhaalde eerste hielprik na 91 dagen bij een bloedtransfusie met rode bloedcellen).
  2. Wanneer een hielprik heeft plaatsgevonden na 24 uur na het einde van een bloedtransfusie met rode bloedcellen (erytrocyten) dan zal het RIVM-DVP een opdracht aanmaken voor een herhaalde eerste hielprik 91 dagen na de laatste bloedtransfusie.
  3. Na een bloedtransfusie met plasma of trombocyten is een herhaalde eerste hielprik na 91 dagen niet nodig.
  4. Na een bloedtransfusie registreert het RIVM-DVP welk bloedproduct is gegeven (staat op hielprikkaart of wordt door de RIVM-DVP-medewerker nagevraagd bij het ziekenhuis).

Meer informatie over de procedures na bloed(wissel)transfusie bij 'Ziekenhuis' onder 'Bloed(wissel)transfusie'.

naar boven

Bij afwijkende uitslag

  • Het RIVM-DVP stuurt de huisarts een brief over de verwijzing, en informatiemateriaal over de betreffende ziekte ter ondersteuning van het gesprek met de ouders. Een en ander gebeurt conform landelijk vastgestelde verwijstermijnen en afkapgrenzen.
  • Het RIVM-DVP informeert de ouders over de verwijzing, door middel van een brief. Conform de landelijk vastgestelde plantermijn, zie Interpretatieregels en brieven voor de neonatale hielprikscreening.
    (rapportnr. RCP.2006.066)
  • Het RIVM-DVP interpreteert de uitvoering (bijvoorbeeld op tijdigheid) en onderneemt de noodzakelijke vervolgactie. Zie ook de taken van medisch adviseurs.
  • Het RIVM-DVP vermeldt de afwijkende uitslag van het kind in NEORAH. Als ouders niet willen dat de gegevens in NEORAH worden verwerkt, kunnen zij daartegen bezwaar maken bij de behandelende kinderarts.

naar boven

Zoeken:

Service