U bevindt zich op: Home Rol ketenpartners Referentielaboratorium

Referentielaboratorium

Het laboratorium voor infectieziekten en screening van het RIVM (RIVM-IDS) is aangewezen door het RIVM-CvB om als referentielaboratorium te fungeren voor de neonatale hielprikscreening.

Kerntaken van het referentielaboratorium:

  1. Coördineren van en zorgdragen voor uniforme werkwijze screeningslaboratoria
  2. Monitoring en evaluatie van de laboratoriumbepalingen
  3. Normering
  4. Uitgifte en beheer van hielprikmonsters
  5. Expertisefunctie
  6. Adviseren aan Programmacommissie en RIVM-CvB

 

1) Coördineren van en zorgdragen voor uniforme werkwijze screeningslaboratoria

  • Het referentielaboratorium zorgt voor een uniforme en kwalitatief goede uitvoering van de screeningslaboratoria. Het gaat enerzijds om de inhoudelijke activiteiten (het bloedonderzoek, de gebruikte technieken, de apparatuur en gebruikte materialen en de registratie van data) en anderzijds om de procesmatige activiteiten (uniforme en tijdige aanlevering van de laboratoriumuitslagen). 
  • Het referentielaboratorium coördineert tevens meerdere malen per jaar een gezamenlijk overleg met de gecontracteerde screeningslaboratoria waarin afspraken gemaakt worden over de landelijke uniforme uitvoering en kwaliteitsborging. Daarnaast heeft het referentielaboratorium daar waar nodig met de verschillende individuele screeningslaboratoria nader overleg.

naar boven

2) Monitoring en evaluatie van de laboratoriumbepalingen

  • Het referentielaboratorium is verantwoordelijk voor de monitoring van de screeningslaboratoria. De kwartaalrapportages worden geagendeerd in het overleg met screeningslaboratoria. De monitoring richt zich op de kwaliteit en uniformiteit van de verschillende testmethodes en bepalingen. Afwijkingen worden gemeld aan RIVM-CvB met advies over vervolgacties. 
  • Het referentielaboratorium verzorgt in samenwerking met de screeningslaboratoria een jaarrapport aan het RIVM-CvB en de Programmacommissie over de kwaliteit en uniformiteit van de laboratoriumanalyses in de vijf screeningslaboratoria binnen het programma neonatale hielprikscreening. Deze rapportage is onder andere van belang voor het onderzoek naar testmethodes en de continue evaluatie van de gebruikte methodes en de behaalde resultaten.
  • Het referentielaboratorium beheert en actualiseert de registratie van de laboratoriumbepalingen in NEONAT.

    naar boven

3) Normering

Het referentielaboratorium is verantwoordelijk voor het beheer en actualisatie van de afkapgrenzen en de daarbij horende communicatie op de website van het RIVM middels het document ‘Afkapgrenzen en beslissingscriteria neonatale screening’.

naar boven

4) Uitgifte en beheer van hielprikmonsters

  • Het referentielaboratorium houdt een administratie bij van de uitgifte en het beheer van de hielprikmonsters voor kwaliteitsborging en wetenschappelijk onderzoek. Deze administratie omvat ten minste de volgende gegevens:
  1. eventuele correspondentie met de betreffende RIVM-DVP, 
  2. setnummer(s), 
  3. datum van screening, 
  4. omschrijving van het onderzoek
  5. de naam van de onderzoeker
  6. toestemmingsformulier ouders

NB. De hielprikkaarten worden 5 jaar bewaard en daarna vernietigd, tenzij ouders bezwaar maken tegen het beschikbaar stellen van het bloedmonster voor anoniem medisch wetenschappelijk onderzoek. Voor verdere specificaties zie 'Hielprikkaarten' onder het tabblad 'Proces'.

naar boven

5) Expertisefunctie

Het referentielaboratorium is expert in de huidige testen en ontwikkelingen die er spelen ten aanzien van de hielprikscreening. Daarnaast heeft zij kennis van de criteria die gelden betreffende huidige analysemethoden, gebruikte kits en apparatuur. Het referentielaboratorium signaleert ontwikkeling van nieuwe testmethodes richting het RIVM-CvB.

Op verzoek van het RIVM-CvB kan het referentielaboratorium eventueel verdergaande expertise ontwikkelen met betrekking tot dergelijke testen. Ook is het referentielaboratorium vraagbaak voor de andere screeningslaboratoria bij problemen met de methode. Daarnaast signaleert het referentielaboratorium afwijkingen en risico’s en de mogelijkheden om de kwaliteit te verbeteren. Indien nodig implementeert het referentielaboratorium de verbeteringen naar aanleiding van de risico’s en afwijkingen.

naar boven

6) Adviseren aan Programmacommissie en RIVM-CvB

Op basis van de informatie vanuit het overleg met de screeningslaboratoria, de informatie uit de evaluatie, monitoring en informatie uit hoofde van de expertisefunctie adviseert het referentielaboratorium de Programmacommissie en het RIVM-CvB en neemt deel aan de diverse werkgroepen in het programma. Onderdeel van deze advisering is het initiëren van verbeteringen met betrekking tot de inhoudelijke en procesmatige activiteiten van de screeningslaboratoria, kansen en innovaties. Daarnaast adviseert het referentielaboratorium met betrekking tot het nader gebruik lichaamsmateriaal en onderzoeksvoorstellen voor hielprikbloed.

naar boven

Zoeken:

Service