Over tijdigheid van de uitvoering van de hielprik gelden landelijke afspraken.
De hielprik dient zo spoedig mogelijk na 72 uur na de geboorte te worden afgenomen. In geval van een hielprik die gecombineerd wordt uitgevoerd met de gehoortest, vindt deze zo spoedig mogelijk na 96 uur na de geboorte plaats.
Deze timing is van belang omdat de ziekten waarop gescreend wordt al kort na de geboorte ernstige problemen kunnen geven. Vertraging is niet wenselijk. Als vertraging toch nodig is, dan dient de hielprik uiterlijk binnen 168 uur na de geboorte plaats te vinden.
Vallen de tijdstippen van 72 of 96 uur in het weekend of op een feestdag, dan mag de hielprik zo spoedig mogelijk op de eerstvolgende werkdag worden afgenomen.
Er zijn enkele uitzonderingen:
- Afname na 48 uur: Bij kinderen in Caribisch Nederland mag de hielprik al vanaf 48 uur na de geboorte plaatsvinden. Dit om de gevolgen van grote vertraging door bijvoorbeeld logistieke problemen zoveel mogelijk te beperken.
- Afname binnen 72 uur: Het is soms wenselijk om binnen 72 uur de hielprik af te nemen als er een bloed(wissel)transfusie noodzakelijk is.
Lees hier meer over bij Bloed(wissel)transfusie. - Afname na 168 uur: Na een verhuizing vanuit het buitenland naar Nederland krijgen de ouders van een kind dat nog geen zes maanden oud is de Nederlandse hielprikscreening aangeboden. De reden hiervoor is dat vaak onduidelijk is of, en zo ja, op welke aandoeningen, het kind buiten Nederland al is gescreend.
Voor alle aandoeningen geldt dat de afkapgrenzen zijn gebaseerd op een hielprikafname uiterlijk 168 uur na de geboorte. Uitslagen van hielprikken die later dan 168 uur na de geboorte zijn afgenomen, zijn daardoor mogelijk minder betrouwbaar. Ook is er dan een verhoogd risico op een fout-positieve of fout-negatieve uitslag.