Informatie over de informed consent-procedure bij de uitvoering van de hielprik.

Informed consent

Het informed consent (geïnformeerde toestemming) van de ouders of de voogd heeft betrekking op drie onderdelen:

  1. toestemming voor het deelnemen aan de hielprikscreening;
  2. toestemming (ja/nee) van de ouder voor het ontvangen van de uitslag dragerschap sikkelcelziekte, indien uit het bloedonderzoek blijkt dat het kind drager is van deze ziekte;
  3. toestemming (ja/nee) van de ouder voor het vijf jaar lang bewaren van het overgebleven hielprikbloed en hielprikgegevens voor wetenschappelijk onderzoek om de hielprikscreening te verbeteren.

Procedure

  • De screener vraagt of de ouder informatie over de hielprikscreening heeft gekregen, en de folder Hielprik en gehoortest bij pasgeborenen heeft ontvangen en gelezen.
  • De screener vraagt of de ouder wil deelnemen aan de hielprikscreening.
  • Als de ouder aangeeft de informatie niet te hebben ontvangen, reikt de screener de folder uit en vat de belangrijkste punten samen:
  • ° De hielprik is een bloedonderzoek. Je baby krijgt een prikje in de hiel. Er komt een beetje bloed uit, dat wordt opgevangen op een kaart.
    ° Met het bloed kunnen ernstige ziektes vroeg worden opgespoord. Deze ziektes geven kort na de geboorte meestal nog geen klachten. Maar ze kunnen wel al aanwezig zijn. En veroorzaken ernstige gezondheidsschade bij de baby.
    ° Voor alle ziektes die de hielprik opspoort, is er een behandeling. Als je de ziekte kort na de geboorte al opspoort, kan de behandeling van de ziekte beginnen voordat er klachten zijn. Zo kan onherstelbare schade aan de gezondheid van de baby zoveel mogelijk worden voorkomen.
    ° Deelname aan de hielprik is vrijwillig en gratis.
  • Als de ouder vragen heeft die de screener niet zelf kan beantwoorden, dan verwijst de screener de ouder naar de medisch adviseur van het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).
  • Als de screener zich overtuigd heeft van het informed consent (geïnformeerde toestemming) van de ouder wat betreft de deelname aan de hielprikscreening, dan kan de screener de hielprik uitvoeren.
  • De screener vult in aanwezigheid van de ouder de hielprikkaart in. De screener stelt ook de twee toestemmingsvragen die op de hielprikkaart staan (onderdelen 2 en 3), en noteert de antwoorden op de kaart (ja/nee).
  • Is het op dat moment niet mogelijk om een betrouwbaar antwoord te krijgen op deze twee extra toestemmingsvragen? Dan is het antwoord op deze twee toestemmingsvragen “nee” (geen toestemming).
  • Ouders die niet willen deelnemen aan de hielprikscreening kunnen dat alleen zelf doorgeven aan de screener of aan de organisatie die de screening uitvoert. Dit kan dus niet worden doorgegeven door de kraamverzorgende of een andere persoon.
  • Geeft een ouder geen toestemming? Dan vraagt de screener, indien mogelijk, wat de reden is om niet te willen deelnemen. Ouders zijn niet verplicht om een reden te geven. Indien sprake is van misinformatie, dan kan de screener – als de ouders daarvoor openstaan – de juiste informatie verstrekken. 
    Voor de communicatie met ouders die niet willen deelnemen aan de screening, of die twijfelen, is een gesprekshulp ontwikkeld, de Gesprekshulp neonatale screenings bij twijfel of weigering.

Indien de ouder toestemming geeft voor deelname aan de hielprikscreening, dan gaat de ouder akkoord met deelname aan het hele screeningspakket, inclusief de registratie in Praeventis.

Lees ook Registratie bij de uitvoering van de hielprik en Afnemen van de hielprik.

Indien de ouder geen toestemming geeft voor deelname aan de hielprikscreening, dan wordt de hielprikkaart toch zo volledig mogelijk ingevuld en naar het screeningslaboratorium gestuurd. Lees verder onder Registratie bij weigering. 

Handelwijze als geen van beide ouders bij de afname van de hielprik aanwezig is

Is geen van beide ouders aanwezig, als de screener het gezin bezoekt om de hielprik uit te voeren? Dan kan de screener op dat moment niet vragen om geïnformeerde toestemming voor het uitvoeren van de hielprik.
De screener maakt in deze situatie een afspraak voor een nieuw bezoek, waarbij wel een ouder aanwezig is.
De geïnformeerde toestemming kan niet door bijvoorbeeld de kraamverzorgende of een grootouder worden gegeven. De ouder (of de voogd) moet zelf aan de screener geïnformeerde toestemming geven.

Wordt de hielprik in het ziekenhuis uitgevoerd? Dan is het niet altijd mogelijk om de hielprik uit te voeren in aanwezigheid van de ouder(s). Een medewerker van het ziekenhuis kan dan op een eerder moment informatie geven over de hielprik en toestemming vragen. De ziekenhuismedewerker legt deze toestemming vast in het elektronisch patiëntendossier.
Lees over informed consent in het ziekenhuis.

Handelwijze indien sprake is van een taalbarrière

 

De screener probeert, door middel van de informatie van het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) op internet, de ouder het doel van de hielprikscreening uit te leggen. Zowel de folder Hielprik en gehoortest als de Steffie over de hielprik (met uitleg in makkelijke taal) zijn in diverse vertalingen beschikbaar: www.pns.nl/after-birth. De screener probeert zo goed mogelijk te achterhalen of ouders de hielprik wel of niet willen.
Geeft de ouder aan geen bezwaar te hebben tegen de hielprikafname? Dan mag de hielprik worden afgenomen. Bij de hielprik is sprake van gangbare medische zorg in het belang van het kind. 
Geeft de ouder aan wel bezwaar te hebben tegen de hielprikafname? Dan mag de hielprik níet worden afgenomen. 
Twijfelt de screener aan toestemming voor de hielprikafname? Dan wordt de hielprik op dat moment níet afgenomen.

Soms is het, door een taalbarrière, niet mogelijk om een betrouwbaar antwoord te krijgen op de twee toestemmingsvragen op de hielprikkaart. Bijvoorbeeld omdat de ouder de vragen niet begrijpt. De ouder kan dan dus geen toestemming geven. Het antwoord op de twee toestemmingsvragen is dan "nee".