U vindt hier informatie over de rol van de jeugdgezondheidsorganisaties (JGZJeugdgezondheidszorg ) bij de neonatale hielprikscreening.

Verantwoordelijkheden

De JGZ-organisatie is verantwoordelijk voor:

  • Een tijdige uitvoering van de screening. 
  • Hoge kwaliteit van de hielprikverrichtingen door de screeners conform de landelijke kwaliteitseisen.
  • (Voldoende) gekwalificeerde screeners conform de landelijke kwaliteiteisen.
  • Het bieden van adequate ondersteuning aan de screeners.
  • Het voeren van een deugdelijke administratie (waaronder een eenduidige registratie van welk kind door wie wanneer is geprikt en met welk hielpriksetnummer).
  • Het ter beschikking stellen van relevante gegevens aan het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ten behoeve van de jaarlijkse monitor en evaluatie. 
  • Voldoen aan de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen RIVM-DVPDienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s en JGZ-organisatie.
  • Het beschikbaar stellen van een inwerkprogramma aan nieuwe screeners met minimaal de volgende onderdelen: 
    • Kennis van de landelijke screeningsorganisatie
    • Kennis van geldende draaiboeken, protocollen en richtlijnen
    • Kennis van relevante voorlichtingsmaterialen
    • Minimaal 5 keer de uitvoering van een hielprik observeren 
    • Minimaal 5 keer onder begeleiding een hielprik uitvoeren 
    • Minimaal 5 keer zelfstandig een hielprik uitvoeren 
    • Een toetsing van de communicatie vaardigheden
  • Het toetsen van de bekwaamheden van de screeners, tenminste éénmaal per 3 jaar (of zo nodig eerder).
  • Het bijhouden of de screener de e-learning voor hielprikscreeners heeft doorlopen en opnieuw bij grote wijzigingen. 
  • Het beschikbaar stellen van deskundigheidsbevorderende activiteiten gericht op de hielprikscreening.
  • Het verplichten van screeners en ze in staat stellen om in ieder geval jaarlijks deel te nemen aan de door RIVM-DVP aangeboden scholing- en deskundigheidsbijeenkomsten indien relevant.
  • Het beschikbaar stellen van mogelijkheden tot intervisie, danwel supervisie van de screeners.
  • Het aan de screeners beschikbaar stellen van materiaal om de hielprik uit te kunnen voeren. 
  • Het beschikbaar stellen van landelijk ontwikkeld voorlichtings- en informatiemateriaal.
  • In de opleiding en (bij)scholing van de screeners zoveel mogelijk aandacht besteden aan de vereiste competenties van screeners.
  • Het registreren van de opdracht van het RIVM-DVP om de hielprikscreening uit te voeren, de NAW gegevens van het kind en het hielpriksetnummer.
  • Het zorgen voor inzicht in het (kwaliteits)jaarverslag indien aanwezig bijvoorbeeld door publicatie op het internet.
  • Het registreren van mogelijke klachten over de uitvoering en deze klachten bespreken in het jaarlijks overleg met het RIVM-DVP.

Meer informatie over de verantwoordelijkheden van de JGZ-organisatie is de vinden op de pagina's 'opdracht uitvoering hielprik' en 'scholing'. 

Deze verantwoordelijkheden gelden ook voor de ziekenhuizen, als de kinderen daar worden geprikt. De uitwerking van de kerntaken voor de ziekenhuissituatie is nog in ontwikkeling. 

Kwaliteitseisen

De JGZ-organisaties richten zich bij de uitvoering van hun kerntaken in het neonatale hielprikprogramma op de volgende kwaliteitseisen:

  • De uitvoerder heeft een geldig kwaliteitscertificaat HKZ/ISO of equivalent.
  • Het uitvoeren van de neonatale hielprikscreening in de regio conform de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen RIVM-DVP en JGZ-organisatie.
  • Het plannen van de hielprikscreeningen volgens de landelijke standaard over tijdigheid.
  • Bij afwijkingen (incidenten en calamiteiten) handelen conform het protocol risicomanagement.