Wijzigingsdatum 23-10-2026 | 12:32
Informatie over de rol van de jeugdgezondheidszorgorganisaties bij de neonatale hielprikscreening.
Verantwoordelijkheden
De JGZ-organisatie is verantwoordelijk voor:
- een tijdige uitvoering van de screening;
- het mogelijk maken van minimaal een tweede bezoek op een andere dag van de screener aan het gezin, indien het kind niet op het uit de (Basis Registratie Personen) verkregen adres wordt aangetroffen;
- hoge kwaliteit van de hielprikafnames door de screeners, conform de landelijke kwaliteitseisen;
- voldoende gekwalificeerde screeners, conform de landelijke kwaliteiteisen;
- het bieden van adequate ondersteuning aan de screeners;
- het voeren van een deugdelijke administratie (waaronder een eenduidige registratie van welk kind door wie wanneer is geprikt en met welk hielpriksetnummer);
- het ter beschikking stellen van relevante gegevens aan het RIVM ten behoeve van de jaarlijkse monitor en evaluatie;
- voldoen aan de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen het RIVM-regiokantoor en de JGZ-organisatie;
- het beschikbaar stellen van een inwerkprogramma aan nieuwe screeners met minimaal de volgende onderdelen:
- kennis van de landelijke screeningsorganisatie;
- kennis van geldende draaiboeken, protocollen en richtlijnen;
- kennis van relevante voorlichtingsmaterialen;
- minimaal 5 keer de uitvoering van een hielprik observeren;
- minimaal 5 keer onder begeleiding een hielprik uitvoeren;
- minimaal 5 keer zelfstandig een hielprik uitvoeren;
- een toetsing van de communicatieve vaardigheden;
- het toetsen van de bekwaamheden van de screeners, tenminste éénmaal per 3 jaar (of zo nodig vaker), door middel van de e-learning Hielprikscreening;
- het bijhouden of de screener de e-learning Hielprikscreening heeft doorlopen en opnieuw bij grote wijzigingen;
- het beschikbaar stellen van deskundigheidsbevorderende activiteiten gericht op de hielprikscreening;
- het verplichten van screeners en ze in staat stellen om in ieder geval jaarlijks deel te nemen aan de door het RIVM-regiokantoor aangeboden scholings- en deskundigheidsbijeenkomsten, indien relevant;
- het beschikbaar stellen van mogelijkheden tot intervisie, danwel supervisie van de screeners;
- het aan de screeners beschikbaar stellen van materiaal om de hielprik te kunnen uitvoeren;
- het beschikbaar stellen van landelijk ontwikkeld voorlichtings- en informatiemateriaal;
- in de opleiding en (bij)scholing van de screeners zoveel mogelijk aandacht besteden aan de vereiste competenties van screeners;
- het registreren van de opdracht van het RIVM-regiokantoor om de hielprikscreening uit te voeren, de NAW-gegevens van het kind en het hielpriksetnummer;
- het zorgen voor inzicht in het (kwaliteits)jaarverslag indien aanwezig, bijvoorbeeld door publicatie op het internet;
- het registreren van mogelijke klachten over de uitvoering en deze klachten bespreken in het jaarlijks overleg met het RIVM-regiokantoor.
Meer informatie over de verantwoordelijkheden van de JGZ-organisatie is de vinden op de pagina's Opdracht uitvoering hielprik en Scholing.
Deze verantwoordelijkheden gelden ook voor de ziekenhuizen, als de kinderen daar worden geprikt.
Kwaliteitseisen
De JGZ-organisaties richten zich bij de uitvoering van hun kerntaken in het neonatale hielprikprogramma op de volgende kwaliteitseisen:
- De uitvoerder heeft een geldig kwaliteitscertificaat HKZ/ISO of equivalent.
- Het uitvoeren van de neonatale hielprikscreening in de regio conform de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen het RIVM-regiokantoor en de JGZ-organisatie.
- Het plannen van de hielprikscreeningen volgens de landelijke standaard over tijdigheid.
- Bij afwijkingen (incidenten en calamiteiten) handelen conform het protocol risicomanagement.