Informatie wat u moet doen als bij de uitvoering van de hielprik sprake is van een prematuur kind of een zieke zuigeling (waaronder hemofilie), als de hiel niet beschikbaar is voor bloedafname, bloedafname via een 'navellijn' of als het kind medicatie krijgt.

Prematuren en zieke zuigelingen

Ook bij prematuren en zieke zuigelingen dient de hielprik verricht te worden op de gebruikelijke leeftijd. Dit geldt ook voor kinderen die via de bloedbaan gevoed worden; ook zij kunnen op de gebruikelijke leeftijd geprikt worden.

Bloedafname uit de hiel niet mogelijk

Bij sommige pasgeborenen kan geen hielprik verricht worden omdat beide voetjes in het gips zitten. In een dergelijke situatie is bloedafname uit de handrugvene (ader op de hand; door een prikpost of in het ziekenhuis) een geschikt alternatief. Het verkregen bloed wordt gedruppeld op het filtreerpapier.

De screener neemt hiervoor contact op met een priklocatie en checkt of hier een hielprikkaart aanwezig is. Zo niet, dan wordt aan ouders een hielprikkaart meegegeven. Registreer op de hielprikkaart bij opmerkingen: ‘hielprikafname uit handrugvene’. De hielprikcoördinator helpt als dit nodig is. Als dit proces tot problemen leidt, dan is de medisch adviseur van het betreffende DVP Dienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s (Dienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s )-kantoor beschikbaar om mee te denken.

Bloedafname uit de hiel vlak voordat de voetjes worden ingegipst of tijdens de gipswissel wordt absoluut afgeraden, in verband met het risico op nabloeden en infectie.

Vanwege lokale verschillen in uitvoering is het niet mogelijk om landelijke afspraken te maken voor het geval bloedafname uit de hiel niet mogelijk is.

Bloedafname via een ‘navellijn’

Bloedafname via een catheter in de navelarterie (een zogenaamde ‘navellijn’) is geen bezwaar mits het afgenomen bloed een goede afspiegeling is van het circulerende bloed. Wel moet op het aanvraagformulier duidelijk ‘navellijn’ vermeld worden. Dit om bij eventuele afwijkingen contact te kunnen opnemen. Afname via de navellijn is ook een geschikt alternatief voor bloedafname bij prematuren.

Medicatie

Het gebruik van glucocorticoïden (bijv. (hydro)cortison, predniso(lo)n, dexamethason) zorgt ervoor dat de 17OHP-concentratie in het bloed verlaagd wordt. Dit kan dus resulteren in een fout-negatieve screeningsuitslag voor AGS adrenogenitaal syndroom (adrenogenitaal syndroom ). De kinderarts dient hierop bedacht te zijn. Kortdurend antenataal gebruik van glucocorticoïden door de moeder ten behoeve van de longrijping bij het kind heeft geen effect op de screeningsuitslag voor AGS. 

Bij de screeningsprocedure wordt geen rekening gehouden met het gebruik van schildkliermedicatie door moeder en/of kind. Wel dient de kinderarts erop bedacht te zijn bij de interpretatie van de screeningsuitslag voor CH

Intraveneuze toediening van immunoglobuline tijdens afname van de hielprik heeft geen invloed op de screening, en hoeft dus niet vermeld te worden op de hielprikkaart. Over de invloed van medicatie op de overige screeningsuitslagen is vooralsnog niets bekend.

Voeding

Bij de hielprikafname hoeft geen rekening gehouden te worden met de (intraveneuze) voeding van de zuigeling.

Wanneer een vermoeden bestaat op een metabole ziekte wordt geadviseerd niet de hielprik af te wachten, maar contact op te nemen met een metabool kinderarts om diagnostiek in te zetten en eventuele behandelingsmaatregelen in te zetten.

Hemofilie

Hemofilie is geen reden om van de hielprikscreening af te zien. Na de hielprik kan het zijn dat het wondje langer blijft doorbloeden. Dit is echter niet ernstig. 

Verrichten hielprik

Voor meer informatie over het verrichten van de hielprik, zie hier: verrichten hielprik.