U vindt hier informatie over de rol van screeners bij de neonatale hielprikscreening.

De hielprik wordt uitgevoerd door een JGZJeugdgezondheidszorg -medewerker of medewerker van het ziekenhuis. Een JGZ-organisatie kan de uitvoering van de hielprik uitbesteed hebben aan verloskundigen. Een enkele JGZ-organisatie heeft de uitvoering van de hielprik uitbesteed aan een kraamzorgorganisatie. 
De hielprik is conform de Wet BIGWet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg een voorbehouden handeling (zie ook wet- en regelgeving). 
De uitvoering van de hielprik vindt bij ongeveer 80% van de pasgeborenen in de thuissituatie plaats. Bij de overige kinderen vindt de hielprik in het ziekenhuis plaats.

Verantwoordelijkheden

De screener is verantwoordelijk voor:

  • het navragen of de ouders de informatie over de hielprikscreening hebben ontvangen en of ze vragen hebben. Als de ouders de folder niet ontvangen hebben, de folder ‘Screeningen bij pasgeborenen’ alsnog aan de ouders overhandigen met een toelichting op de belangrijkste punten uit de folder;
  • het nadrukkelijk vragen om toestemming van de ouders voor de uitvoering van de hielprikscreening;
  • het vragen of ouders bezwaar hebben tegen het bewaren van het restant hielprikbloed op de hielprikkaart voor geanonimiseerd wetenschappelijk onderzoek;
  • het vragen of ouders geïnformeerd willen worden over eventueel dragerschap sikkelcelziekte bij hun kind; 
  • het volledig en juist invullen van de hielprikkaart;
  • het tijdig uitvoeren van de hielprik, de zo nodig herhaalde eerste hielprik en eventueel de tweede hielprik;
  • het tijdig verzenden van de hielprikkaart.

Kwaliteitseisen

De screener is in het bezit van een geldige bekwaamheidsverklaring. Er worden eisen gesteld aan de bijscholing van screeners om te borgen dat zij in staat zijn om, na het volgen van de specifieke training voor NHSneonatale hielprikscreening -screener, de screening kwalitatief goed te kunnen uitvoeren en om ouders adequaat te kunnen informeren en hun vragen op passende wijze te kunnen beantwoorden. Onder rol-ketenpartner/JGZ-organisatie/scholing staat beschreven welke vooropleidingseisen gelden voor screeners. 

Eisen rond bijscholing

  • De screener is aantoonbaar op de hoogte van relevante ontwikkelingen met betrekking tot de hielprikscreening en het draaiboek neonatale hielprikscreening van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, voor zover relevant voor de uitvoering van haar/zijn taken.
  • De screener neemt aantoonbaar deel aan de deskundigheidsbevorderende activiteiten gericht op de hielprikscreening. 
  • De screener heeft de e-learning ‘neonatale hielprikscreening’ doorlopen en het certificaat behaald. Bij substantiële wijzigingen in de e-learning doorloopt de screener deze opnieuw. De e-learning ‘neonatale hielprikscreening voor screeners’ is beschikbaar via de knop 'Bijscholing' bovenaan deze pagina.

Eisen rond praktijkuitoefening

  • De screener voert de hielprik uit, volgens geldende landelijke standaarden, protocollen en werkinstructies. Zie ook onder "Uitvoering hielprik". 
  • De screener zorgt  voor een tijdige uitvoering van de hielprik binnen een ontvangen planning.
  • De screener houdt zich wat betreft algemene hygiënerichtlijnen aan de afspraken van de eigen organisatie. 
  • De screener is aantoonbaar op de hoogte van de inhoud van de twee folders (folder 'Zwanger!' en 'Screeningen bij pasgeborenen') die de ouders hebben gekregen. 
  • De screener zorgt ervoor dat de hielprikkaarten zo volledig mogelijk zijn ingevuld. Als kwaliteitsindicator hierbij wordt gebruikt dat niet meer dan één procent van de hielprikkaarten onvolledig is ingevuld. 
  • De screener zorgt ervoor dat de hielprikkaarten op de dag dat de hielprik is uitgevoerd voor de laatste buslichting van die dag in de brievenbus van PostNL zijn gedaan conform de werkinstructies (via Uitvoering hielprik/versturen hielprikkaarten). Tijdens weekenden en feestdagen volgt de screener de daarvoor aangepaste werkinstructies.
  • Maximaal 1 procent van de hielprikkaarten van een screener bevat onvoldoende bruikbaar bloed.

Als de screener ook de neonatale gehoorscreening uitvoert, moet zij ook voldoen aan de kwaliteitseisen van de OAEOto-akoestische emissies -screener zoals die zijn opgenomen in het draaiboek neonatale gehoorscreening.

Opdracht tot uitvoering hielprik

De opdracht voor de uitvoering van de hielprik wordt gegeven door de medisch adviseur van het RIVM-DVPDienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s aan de JGZ-organisatie die zorg gaat bieden aan het pasgeboren kind. De hielprik is een voorbehouden handeling. Meer informatie hierover staat beschreven onder wet- en regelgeving.

De afspraken hierover zijn vastgelegd in een contract tussen het RIVM-DVP en de JGZ-organisatie waaraan de screener is verbonden.

De planning

De screener ontvangt de opdracht van het RIVM-DVP.

De screener plant het bezoek voor de hielprik zo spoedig mogelijk na 72 uur na de geboorte. Lees meer over tijdigheid via Uitvoering hielprik/Tijdigheid.

In de praktijk verzorgt vaak de JGZ-organisatie of het ziekenhuis waaraan de screener verbonden is, de planning. Van deze organisatie ontvangt de screener ook de hielprikset en lancet.