De (Jeugdgezondheidszorg)-organisatie krijgt van het RIVM-regiokantoor de opdracht tot het uitvoeren van de hielprik.
De RIVM-regiokantoren delegeren een deel van de uitvoering van de (neonatale hielprikscreening) aan JGZ-organisaties. Zij sluiten daartoe samenwerkingsovereenkomsten, waarin wederzijdse prestaties over de uitvoering van de hielprik worden vastgelegd.
Een JGZ-organisatie kan de werkzaamheden voor de hielprikscreening opdragen aan verloskundig zorgverleners of kraamverzorgenden (onderaannemerschap), met inachtneming van een aantal bepalingen.
Indien de JGZ-organisatie kiest voor onderaannemerschap (de voorkeur van het RIVM gaat uit naar uitvoering door de JGZ-organisatie zelf), dan wordt er een addendum aan de samenwerkingsovereenkomst tussen het RIVM-regiokantoor en de JGZ-organisatie toegevoegd. Dit addendum kan worden opgevraagd bij het RIVM-regiokantoor.
Voor de uitvoering van de hielprik conform de landelijke kwaliteitseisen ontvangen de JGZ-organisaties een door de NZa vastgesteld tarief.
De JGZ-organisatie ontvangt op aanvraag de hielpriksets en lancetten van het RIVM-regiokantoor.
Tijdige uitvoering
- De JGZ-organisatie ontvangt op werkdagen om 08.30 uur van het RIVM-regiokantoor de geboorteopgaven.
- Na ontvangst van deze gegevens en de opdracht tot uitvoering van de medisch adviseur van het RIVM, dient zo spoedig mogelijk de uitvoering van de hielprik ingepland te worden, conform de landelijke afspraken over tijdigheid.
- De hielprik dient op elke werkdag te worden uitgevoerd.
De JGZ-organisatie heeft een protocol of draaiboek voor het zo goed mogelijk kunnen inspelen op calamiteiten en onvoorziene omstandigheden, met als doel om een tijdige uitvoering van de hielprikscreening te kunnen continueren.